Een 'high trust, high penalty-principe' in de horeca is onredelijk zolang notoire overlastgevers hun gang kunnen blijven gaan. Vanuit dat principe – gisteren tijdens de gemeenteraadsvergadering verwoord door Leefbaar-raadslid Joey de Waard – gaat men in Rotterdam ‘even afkoelen’ na het tijdelijk sluiten door burgemeester Aboutaleb van de bekende wijnbar op de Meent.
‘’Je hebt als horeca-exploitant niet altijd in de hand wie jou zaak bezoekt, in welke gemoedstoestand dit gebeurt en daarmee niet altijd de verantwoordelijkheid voor gedragingen van gasten kunt dragen’’, luidde de tekst van de motie van De Waard die vrijwel unaniem werd aanvaard. Slechts één stem tegen.
Aboutaleb wil die penalty wel. Weliswaar niet rucksichtslos, maar ‘’als men zich willen en wetens na drie waarschuwingen niet aan de afspraken houdt’’ vond hij dat er individueel tegen horecaondernemingen moet kunnen worden opgetreden. De gemeenteraad koos daarentegen voor de opdracht aan horecawethouder Simons om te gaan praten met Koninklijke Horeca Nederland, die een modelprotocol heeft opgesteld waarmee horecaondernemers een vergunning kunnen aanvragen voor het opstellen van een collectieve horecaontzegging met als doel onruststokers te weren voor de duur van twee jaar. Een straf gericht op de directe daders en niet op de horecagelegenheid.
''Ik incasseer mijn verlies, want ik weet hoe de hazen lopen in de politiek'', sneerde Aboutaleb. ''Ik realiseer me dat de lobby van de horeca zwaarder weegt dan het oordeel van de burgemeester”.